Bedenkingen

Niets weg te steken

Ik heb niets te verbregen dus ik hoef niets te vrezen. We horen het of zeggen het allemaal wel eens. En dat kan op een manier zeker waar zijn. Maar neem nu als eerste eens die spelletjes op facebook. Ze lijken zo leuk en onschuldig en wie wil er nu niet weten hoe hij of zij er uit zou zien als hij een zij zou zijn of zij een hij. En de naam die je zou hebben mocht je een indiaan zijn, dat is toch leuk om te weten. Ook heel belangrijk is te weten hoe oud je zal worden en wat er dan op jouw grafsteen zal staan.

Maar ook de overheid doet hier aan mee. Ze biedt ons een digitale kluis aan, waarin we onze digitale papieren kunnen bewaren. En dat kunnen dus facturen allerhande zijn. Van het water, van onze elektriciteit, telecom,… noem maar op. Belastingen worden digitaal ingegeven, er is een digitaal loketn enzoverder. Vliegreizen, treinreizen, voetbalabonnemeten, een abonnement bij de plaatselijke biljartclub,… Weet dat die gegevens ergens opgeslagen zijn. En lees dan onderstaand artikel eens dat ik vond bij Advocaat Van Maldergem.

De overheid komt, veelal onder het mom van veiligheid, regelmatig met een nieuw voorstel waarvan éénieder aanvoelt dat het in wezen zijn of haar privacy schendt, bijvoorbeeld dat ieders DNA wordt opgenomen in een databank. Nóg regelmatiger komen er, veelal onder het mom van efficiëntie en vereenvoudiging, nieuwe voorstellen of wetten waarvan niet meteen duidelijk is dat deze zullen inbreken op de privacy, bijvoorbeeld het recente voorstel van minister Alexander De Croo dat iedere Belg zou kunnen beschikken over een digitale brievenbus (door de overheid beheerd) waarin hij al zijn facturen zou kunnen ontvangen en meteen betalen, maar die dat wél doen.

Vooral in het eerste geval laten voor- en tegenstanders steeds meteen van zich horen – in het tweede geval is er meestal geen onmiddellijk besef welke de privacy-risico’s zijn… -, dit steeds volgens hetzelfde stereotype. Tegenstanders beklagen zich, eerder vaag, over de onevenredige inbreuk op hun privacy. Voorstanders stellen, eerder concreet, dat het noodzakelijk is voor onze veiligheid tegen bijvoorbeeld terroristen dat zo veel mogelijk gegevens over iedereen worden verzameld om op die manier aanslagen te voorkomen. Steeds lees je dan ook, in de één of andere vorm, de boutade ‘wie niets te verbergen heeft, heeft ook niets te vrezen’. Want wie geen enkel misdrijf op zijn geweten heeft, heeft er toch niets over te vrezen dat zijn DNA in een databank staat opgeslagen?

Het gevaar en de onzin van die boutade komen onvoldoende aan bod. Er is in de eerste plaats dus noodzaak aan méér concreet debat over de riskante wijze waarop in dergelijke voorstellen en wetten door de overheid met ieders privacy wordt omgesprongen. Het moet aan diegenen die ‘niets te verbergen hebben’ worden aangetoond dat ook zij wél iets te verbergen hebben, zelfs wanneer zij geen misdrijven op hun geweten hebben, en dat ook zij gevaar lopen wanneer alles over iedereen geweten is.

Onze recente geschiedenis kent een schrijnende casus die dit aantoont. De stad Amsterdam noteerde vóór de tweede wereldoorlog in haar bevolkingsregisters ook de religieuze overtuiging van haar inwoners. Zo was bijvoorbeeld geweten en genoteerd wie Jood was en wie niet. In vredestijd niets aan gelegen natuurlijk. De Joden in Amsterdam hadden op dat moment ook niets te verbergen, dus ook niets te vrezen. Voor de Duitse bezetter was dit echter kostbare informatie en voor de Joodse inwoners van Amsterdam betekende dit bevolkingsregister dikwijls hun doodvonnis.

Dit voorbeeld toont dus loeihard aan hoe fout de uitspraak ‘wie niets te verbergen heeft, heeft ook niets te vrezen’ is en hoe diegene die er zich van bedient eigenlijk aantoont dat hij niet weet waarover hij spreekt. Je weet immers niet wie over jouw gegevens zal kunnen beschikken, wat hij over jou wil weten en wat hij er zal willen mee aanvangen. De Amsterdamse Joden waren misschien wel trots dat hun geloofsovertuiging bij de overheid geregistreerd stond. Maar zij waren een vogel voor de kat toen in 1940 iemand anders aan de macht kwam. Ze wisten voordien niet dat Adolf Hitler in Nederland aan de macht zou komen, dat hij vooral geïnteresseerd zou zijn in hun geloofsovertuiging en dat hij net omwille van die geloofsovertuiging de bedoeling had om hen uit te roeien. De wie-wat-waarom-vraag dus…

Terug naar vandaag. Een overheid die ieders DNA-gegevens verzamelt, kent ook ieders genetische gegevens en aandoeningen. Een overheid die ieders water-, elektriciteits- en telecomgegevens verzamelt, weet ook steeds waar iedereen is en met wie hij belt en mailt, welke websites hij bezoekt. Is het, onder het mom van veiligheid of van efficiëntie en vereenvoudiging, dan zo een geruststellend gevoel dat de overheid weet dat iemand een genetische aandoening heeft, porno kijkt op het internet of zijn maîtresse of haar minnaar heeft bezocht. Dit zijn nochtans allemaal geen misdrijven – dus niets te verbergen… -, maar diegene die dit weet over een ander kan die andere verdomd veel moeilijkheden bezorgen. Of wat als er morgen iemand aan het roer komt die, om god-weet-welke-reden, vindt dat roodharigen een gevaar vormen voor de maatschappij, dat iemand die meer dan 1000 euro per maand aan elektriciteit of water per maand verbruikt een asociale persoon is waartegen de maatschappij en onze ressources moeten worden beschermd, die vindt dat mensen die risico hebben op suikerziekte zich beter niet meer voortplanten, dat porno kijken strafbaar moet zijn, dat het te veel contact hebben met iemand anders dan de vaste partner eigenlijk ook al maatschappelijk risicogedrag inhoudt… Iedereen is dan one-mouse-click-away van een ingrijpen van de overheid op wat zijn of haar intiemste leefwereld is.

Eén gevaar is nóg groter dan het gevaar dat alle gegevens van iedereen gekend zijn bij de overheid. Dat die gegevens niet juist zijn. Wat met de Amsterdamse Christen die door de menselijke fout van een ambtenaar als Jood stond genoteerd? Wat met jouw DNA-registratie die door een onzorgvuldige ambtenaar per ongeluk werd verwisseld met dat van een gezochte moordenaar (en jouw elektriciteitsfacturen kunnen niet aantonen dat je dan thuis was of met iemand anders aan het bellen was, want je was een herfstwandeling aan het maken in het bos), wat met de telecomprovider die (door een informatica-fout) registreert dat je nogal veel belt naar Isabelle of Maarten terwijl je eigenlijk met Karel of Emma aan het bellen was,… ?

Dus, privacy matters. Voor iedereen, dagdagelijks.

Tot slot een treffend citaat van Edward Snowden: “Arguing that you don’t care about the right to privacy because you have nothing to hide, is no different than saying you don’t care about free speech because you have nothing to say.”

Advertisements

Wat denk je?

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.