Met plezier

Zo, het Wereldkampioenschap voetbal zit er ook al weer op en de medailles zijn dus uitgedeeld. Ons landje haalde zowaar de derde plaats en deed dat met bijwijlen heel leuk voetbal.

Op zondag werden de Rode Duivels dan ook met enorm veel enthousiasme in Brussel onthaald en veel supporters die niet in Brussel waren konden alles op televisie volgen. Menig Belg liet een traantje las ik op twitter. Natuurlijk werd er ook wel eens aangehaald dat er meer Frans dan Vlaams gesproken werd daar op het bordes van het Stadhuis te Brussel maar wie maalt daar nu om.

‘s Avonds was er dan de slotshow van Villa Sporza en daarin was bondscoach Martinez te gast. Topkerel, zo bleek. Wat een enthousiasme, wat een empathie, wat een overbrenger van plezier voor het spelletje. Maar of dit voldoende is om een team, de gouden generatie genaamd, onmiddellijk aan een wereldtitel te helpen, daar heb ik nu net een heel kleine bedenking over. Geef het nog wat tijd en hou de boel samen met hier en daar een aanvulling van opkomend, jong talent.

Want, onze Rode Duivels speelden onder Martinez met te veel plezier.  Ik hoorde Kevin De Bruyne na de wedstrijd tegen Engeland zeggen dat hij elke wedstrijd op het tornooi met plezier heeft gespeeld. Dat hij het leuk vond om te mogen voetballen. Ook bij de andere spelers droop het plezier er af. Gezien hoe Hazard gisteren stond te dollen op dat bordes? Ik verwacht nog mooie tijden voor ons Belgisch voetbal. En dat onze eigen vaderlandse competitie nu ook eens een boost zou kunnen krijgen. Hoeveel kleine jongens en meisjes zouden nu niet willen beginnen met voetballen? Helaas is het niet zo gemakkelijk om een degelijke opleiding in eigen land te krijgen. Budgetten en dergelijke meer, u kent het wel.

In schril contrast staat dan de uiteindelijke Wereldkampioen, Frankrijk.  Niemand, met uitzondering van de Frans gezinde wereldburgers, vindt dit Frankrijk een verdiende wereldkampioen. Een onverdiende wereldkampioen bestaat evenwel niet, laat het ons dus houden bij een niet zo aantrekkelijke kampioen. En ik vrees dat de spelers van Frankrijk na hun roes niet veel langer top of the league zullen zijn. Ik verwacht, als dit team dan al samen blijft, er niet zo heel veel meer van in latere tornooien. En ook in Frankrijk staan nu waarschijnlijk duizenden jonge kinderen te popelen om te voetballen. Laat ons alleen hopen dat er attractief voetbal gepredikt wordt.

Voor hun was plezier in het spelletje niet belangrijk. Het was vooral de manier waarop ze speelden dat belangrijk was. En als dat nu met vervelend voetbal was, tant pis. Als dat nu was door tijd te rekken, nog tant pisser. Als dat nu was doordat de Var wat meehielp. Het zal ze worst wezen. Mbappé verklaarde immers na de wedstrijd tegen onze Rode Duivels dat hij en zijn team dan toch maar in de Finale stond en de Belgen toch maar niet. Het doel heiligt de middelen, nietwaar Mussolini?

Ik trek de lijn ‘met plezier’ eens door naar het bedrijfsleven. Ondertussen draai ik al zo een 26 jaar mee in het bedrijfsleven waarvan ik de laatste 18 jaar als consultant werk. Ik werkte voor zo een 10-tal bedrijven en kan dus terugblikken op verschillende manieren van werken. Ik weet heel goed hoe het voelt om al dan niet met plezier te gaan werken.  En daar waar je met plezier gaat werken, zullen de resultaten op termijn ook aanhouden. Misschien niet altijd de top bereiken qua resultaat, maar wel top qua plezier en resultaat samen. En geef mij dan maar dat laatste.

Laat ons dus vooral hopen dat het weinig attractieve spel van de Fransen geen maatstaf wordt voor het voetbal. Toen Martinez gevraagd werd of hij het spel van de Rode Duivels nu zou aanpassen door lessen te trekken uit dit tornooi zei hij dit niet te willen doen. Nochtans hadden de Fransen zelf die les getrokken uit de verloren finale tegen Portugal op het vorige EK. Moedig vind ik dat van onze bondscoach. En de eerst zo verguisde Spanjaard staat nu op zijn piedestal. Te glunderen. Net als wij, fiere Belgen.

 

Muziek op de trein

In deze tijden van politieke correctheid en het moeten opletten of elke letter die je neertikt op de juiste plaats staat begin ik deze blogpost met:

Onder voorbehoud van alle recht en zonder enige nadelige erkentenis.

Zo, ik kan er veilig en wel aan beginnen.

De voorbije twee dagen staakten de treinchauffeurs van de NMBS. Dat zorgde ervoor dat het treinverkeer enigszins herschikt diende te worden. Een dank u wel gaat van mijn kant uit naar de treinchauffeurs die toch wilden werken. Zo kon ik op dinsdag en woensdag dan toch mijn afspraken op het werk in Brussel nakomen. En kon ik op een vrijwel normaal uur terug thuis geraken. Doch het zorgde er wel voor dat de trein richting kust behoorlijk vol zat.

Ik nam gisteren plaats in een compartimentje voor 2 personen. In Brussel Zuid werd het compartiment naast mij, dat plaats biedt aan 4 personen gevuld met een paar jonge, stoere kerels. Ik schatte ze een jaar of 16. De trein was nog niet goed vertrokken of één van de jongeren nam zijn telefoontoestel en liet de muziek nogal luid weerklinken. Rapmuziek; In het frans. Niet direct mijn favoriete muziek, maar goed, iederen zijn smaak. Al snel kregen de jongeren de aandacht van de medereizigers.

Omdat er toch iemand iets moet aanmerken, en ik geef toe – ik ben dan wel veelal de eerste die dat zal doen – sprak ik de jonge kerels aan. Ik vroeg vriendelijk of het nodig was dat die muziek zo luid diende te staan. De vier keken elkaar aan met een blik van wat wil die man daar nu zeggen. De muziek werd heel even uitgezet dus ik dacht dat het wel over zou zijn.

U raadt het natuurlijk al. Nauwelijks was die laatste gedachte door mij heen gegaan, de muziek stond nog luider. Ik geef toe, ik gaf ze een scheve blik waarna ik mijn zitplaats veliet om een andere plaats te vinden. Eén van de stoere mannen maakte aanstalten mij te volgen waarop hij door de andere aangemaand werd, in een voor mij vreemde taal, te blijven zitten. Of begreep ik ze niet doordat ze een hand voor de mond hielden? Kan ook.

De rest van de reizigers knikten begrijpend naar mij en een jong koppel besloot ook van plaats te veranderen.

De rest van de treinrit zat ik niet echt meer op mijn gemak. Want wat als die gasten ook zouden afstappen in het vrij kalme Aalter? Daarom verplaatste ik mij toch een drietal keer zodat ik 2 wagons verder zat dan mijn oorspronkelijke zitplaats.

En mocht dit nu de eerste keer zijn dat er zo een jonge bende veel te luide muziek afspeelt ik zou er niet over schrijven. Ik denk dat ik in deze verlofperiode maar terug meer met de auto naar het werk rij.

 

Waar gaan we naar toe?

Ik zit bijna aan het einde in het boek ‘De oorsprong’ van Dan Brown. Nog pakweg 70 bladzijden te gaan en wat is het jammer dat ik nu geen tijd heb om dit nu te lezen. Ik kijk al uit naar dat uurtje in de trein. En dan, na het avondeten, in de lounge op ons terras. Dat boek moet nu echt wel uit.

Wat ik gisteren las, heeft mij dan ook zodanig aan het denken gezet.

Voor zij die het boek wensen te lezen, probeer ik, als je deze blogpost dan toch verder leest, niet teveel te onthullen.

Het boek gaat hem over het ontstaan van het leven. Op onze aarde. En hoe dit tot stand gekomen zou zijn. Door een God? Door evolutie?

Dan Brown zegt zelf dat hij op weg is om atheïst te zijn, maar dat het evenwel niet gemakkelijk is om dat dan ook te zijn. Het is door het vele opzoekingswerk voor dit boek dat hij denkt dat het mogelijks is dat de wetten van de fysica tot het leven konden leiden. (Lees meer.)

Maar het boek gaat er ook over naar wat of wie wij als mens op weg zijn. En dan probeer ik mij dat voor te stellen. Zelf geloof ik in de evolutietheorie. Meer zelfs. Ik geloof ook dat de mens, zoals we die nu kennen, niet het eindpunt in die evolutie is.

En dit is wat nu net zo klaar en duidelijk beschreven wordt in dit boek. Het raakt mij. Dat wat ik denk en voel op papier zien staan. Ubercool.

Al bij al ben ik nu niet zo benieuwd naar de moordenaar waarover dit boek toch ook gaat. Want ja, het gaat over een moord.

 

 

 

 

Duivelse kerstmannen

Natuurlijk ben ik supporter van de Rode Duivels. En natuurlijk vind ik alle initiatieven om ons volk samen te brengen om voor de Rode Duivels te supporteren een leuke zaak.  En natuurlijk weet ik dat er een groot aantal mensen niet van het voetbal moeten hebben, maar dat ook zij toch stilletjes op een goed resultaat van ons Nationaal voetbalteam hopen. En natuurlijk weet ik dat het niet eerlijk is dat een voetballer al slapend rijk wordt en dat een topzwemmer nauwelijks een cent verdient terwijl die er veel meer moet voor doen.

Het voetbal is dan ook de meest belangrijke bijzaak ter Wereld. Panem et circenses.

En ik vind het schitterend dat huizen en straten Zwart Geel Rood kleuren. Dat de collega’s op het werk, de medependelaar op de trein, de (window)shopper, de voetganger en fietser, de analfabeet en de geleerde, de lichte en donker gekleurde, de korte en langharige, de hond en de kat – getooid zijn in Zwart geel rood. Hoewel, dat van de hond en de kat meen ik niet.

Maar wat ik afschuwelijk vind zijn kerstmannen tijdens de kerstdagen. Kerstmannen die aan een loden pijp het dak proberen op te kruipen. Kerstmannen die aan het bordes hangen of die geluk hadden om nog een vensterbank te kunnen grijpen.

Waarom ik nu ineens over kerstmannen begin hoor ik je denken. Om de link te leggen naar de gesponsorde vlaggen. Onze Nationale driekleur dient niet bedrukt te zijn met een biermerk. Ook niet met een hoofd van de gladiatoren die deel uit maken van het team. Ik vind het minstens even ‘not done’ als de eerder aangehaalde kerstmannen.

Op café kan het. Maar niet verder. Ik vind zo een vlag aan een huis echt wel marginaal. Geen sorry.

Elk gezin in België zou op eenvoudig verzoek een Belgische vlag moeten krijgen en zou daarvoor geen bakken bier moeten aankopen. Volgens de wet zijn zo een vlaggen zelfs reclame, dus dient er betaald voor te worden door de persoon die ze aan zijn huis hangt. ‘t Stond in de gazet.

Weet je waar ik wel tegen kan? Tegen die spiegelhoesjes. Niet dat ik het zelf doe. Maar ik vind het OK. Net als een sjaal op de hoedenplank.

 

Grote vakantie

Het is bijna zover, de grote vakantie voor de schoolgaande jeugd komt eraan. En ook dit jaar begint die een week eerder dan we gewoon zijn – of hoe het zou moeten volgens de regelmenten die in onze westerse samenleving van toepassing zijn.

Dus die grote vakantie begint niet op 1 Juli dus (zoals het was toen ik nog naar school mocht gaan) maar wel op 25/06/18. Of nog beter; op Vrijdag 22/06/18 om 11u45.

Let op: de studenten dienen wel nog heel even naar school te gaan op vrijdag 29/06/18 om een gesprek te hebben met de klastitularis. Een kwartiertje tussen 08.30 en 11.45. En de ouders kunnen dan in de namiddag datzelfde gesprek aangaan met de klastitularis. Wat is het nut van deze laatste gesprekken? Als er nu nog iets zou opborrelen dan is dat toch een teken dat er gedurende het jaar iets over het hoofd gezien werd?

Begin dus maar terug als gezin waarin beiden werken. Zelf dien ik al een groot deel van de maand Augustus thuis te blijven want een opvang voor de grote kinderen is er natuurlijk niet. En dat hoeft natuurlijk niet. Toch maar eens kijken voor een zomerkamp wat dan ook weer – want het is de tijd van het jaar meneer – behoorlijk veel geld kost. Of hopen dat de aannemer snel de nieuwe woning kan komen uitzetten. Dan kunnen de grote kinderen misschien de sleuven graven waar de beton in gegoten zal worden.

Let op2: Stel dat je het op het werk kan regelen dat je dan de laatste week van Juni op verlof kan gaan – want dat is veel goedkoper in die tijd van het jaar meneer – dan MAG dat niet hé. DOE dat niet!

 

 

 

 

Doodstraf

Zo, het is weer maar eens gelukt. De doodstraf. Voor 2 agenten. (Update: en een burger). Die hadden het ongeluk om net op de plaats te staan waar één vrijgelaten (wegens penitentiar verlof) geradicaliseerd onmens passeerde.

Ik ben pro doodstraf. [there, I said it] Maar natuurlijk niet voor dat soort dewelke die 2 agenten (en die burger) nu ondergingen. Maar wel voor dat tuig dat die onschuldige mensen de dood injoeg.

En je mag nog zeggen dat iedereen recht heeft op een eerlijk proces en dat dit een basisrecht is in onze moderne samenleving. Afknallen dat gespuis. Of een foltering laten ondergaan met een Iron maiden ofzo.

 

 

Geflitst worden

Ja, ik kan er mij aan ergeren aan de personen die steeds gaan klagen over het feit dat ze geflitst werden of geflitst kunnen worden.

Er zijn inderdaad flitslocaties die gekozen worden opdat ze geld zouden opbrengen. Ik denk hierbij aan controles op een baan waar je normaal 90 mag rijden maar waar de snelheid door wegenwerken terug gebracht werd naar max 50/uur. Meestal gaat dat dan in stappen. Van 90 naar 70 en dan uiteindelijk naar 50 of zelfs 30 per uur. Als je dan geflitst wordt op een 25 meter nadat het bord 70 verscheen, dan is dat een vervelende flitsboete. En is het eerder een boete omdat ze nu éénmaal geld willen hebben van jou. En deze flitscontroles vind ik ook niet kunnen.

Maar iemand die tegen trajectcontroles is, of tegen flitsers op een eerlijke locatie, neen die begrijp ik niet.  Het is tijd voor een bakje in onze auto die automatisch onze gegevens verstuurd van zodra er een tijdje te snel gereden wordt.

Zelf ben ik ook al geflitst op een Grote Baan waar ik 70 mag maar dan toch 78 reed en dan vloek ik natuurlijk wel eens. En ja, het lijkt soms wel traag, de snelheid die we mogen rijden op sommige wegen, maar is het echt de moeite om die opgelegde snelheid flagrant aan flarden te rijden? En ja, ik vind het ook vervelend dat wanneer je aan de toegetane snelheid aan het rijden bent er dan toch een andere bestuurder het nodig acht je voorbij te steken. Of dat je dan het gevoel krijgt dat je het achterliggend verkeer ophoudt.

Het zal waarschijnlijk wel te maken hebben met het feit dat ik ouder en dus ook rustiger word. Althans zo voelt ouder worden toch bij mij aan. Vroeger durfde ik wel eens – al dan niet terecht – uit mijn krammen te schieten. Nu laat ik het eerder wat begaan. En zoek ik de rust in mijn hoofd op.

 

Ah, Club Brugge is kampioen.

Ik dacht dat ik toch even ging vieren, zo net na de titel van Club Brugge in de Belgische Jupiler pro league. Ik ben, zoals de meesten wel weten, een Club Brugge supporter van het eerste uur. Sinds eind de jaren 70 ging ik tot mid de jaren 2000 regelmatig tot bijna altijd kijken naar Blauw Zwart. Af en toe ga ik nog wel eens naar een wedstrijd in Jan Breydel gaan kijken maar de  laatste 14 jaar zat ik zo goed als bijna altijd aan het tv scherm gekluisterd om naar de wedstrijd van mijn favoriete ploeg te kijken. Er mag dan gelijk welk feest zijn waar we op uitgenodigd zijn, ik wil de wedstrijd van Club zien.

Dit jaar was het niet anders. En elke wedstrijd van de Play Offs zat ik vol spanning, meestal alleen in de zetel, te kijken naar de wedstrijd. En hoewel Club telkens een degelijk niveau haalde, de punten bleven grotendeels achterwege. De gehalveerde puntenkloof die van 12 naar 6 punten terug gebracht werd, kwam even in gevaar. Zeker toen er op zondag 06-05-18 thuis verloren werd van eeuwig rivaal Anderlekt vreesde ik even voor een nieuwe titel. Ook Standard kwam terug aan het venster piepen of er geen plaats was op de eerste podiumplaats. Standard, de ploeg waar niemand nog rekening mee hield aan het begin van deze play offs. Zelfs niet toen ze in extremis nog een goal maakten in Jan Breydel en het zo 4-4 werd.

Donderdag, de wedstrijd in en tegen Charleroi zou ik mogelijks niet kunnen volgen. We gaan dan immers met een deel van de familie naar Europapark in Duitsland. Maar dankzij mijn abonnement bij telenet Play sport zou ik, indien er wifi op de camping is, toch kunnen volgen. Er was wifi, maar die was niet echt stabiel. Eerder die dag had ik met horten en stoten kunnen zien hoe Standard in Brussel ging winnen.  Standard stond plots op 1 punt van Club. Er diende dus maar beter gewonnen te worden in Charleroi gezien de volgende wedstrijd van Club in Luik, tegen Standard is.

Op zoek naar de beste ontvangst liep ik die donderdagavond de camping rond. Ik zag het 1-0 worden via een strafschop. Zo rond minuut zeventig in de wedstrijd diende ik toch even naar het toilet te gaan. De wifi viel echter weg en eer ik terug beeld had stond het 1-1. Ik slaakte een kleine zucht. Maar die zucht bleek te hard geweest te zijn want de wifi was weer weg. Te hard geblazen? Ik ademde diep en dacht, what the… En daar was de wifi terug en stond het gelijk 1-2. En nauwelijks een minuut later zag ik dan Jelle de 1-3 maken. Ik balde de vuist en riep ten midden van een paar tientallen campeerders ‘YES’. ‘Yeeees’; En dan ‘Jaaaah’. ‘Jaaaah Bitte Ein zu drei’. Menig campeerder keek op en ik toonde mijn telefoon ‘Bruuge! Ein zu Drei!’

Ik stapte met een smile terug naar de caravan waar de andere familieleden zich bevonden. Ik wou dat met een bedrukt gezicht doen, net zoals ik deed toen het 1-0 stond, maar dat lukte mij niet. De komende dagen zouden echt wel top worden, daar in het pretpark. Want bij een nederlaag van Club kan ik soms wel even minder aangenaam zijn. Hoe hard ik ook mijn best doe om dat van mij af te zetten, het lukt niet altijd. Tegen schoonbroer Giovanni zei ik dat de komende dagen top zouden worden. Club won, de zon was beginnen schijnen  en zou dat de komende 2 dagen in volle glorie doen en de Silver Star lachte vanuit zijn vaste standplaats naar ons op de camping.

En zo werd het zondag. Die nacht passeerde een onweer over de camping. Alweer had ik nauwelijks een paar uur geslapen. We vertrokken omstreeks 08u30 vanop de camping naar huis. Daar zouden we tegen 14u aankomen. Het was moederdag dus ik had graag nog eens bij mijn Mama gepasseerd om dan vervolgens de 2 grootste kinderen even langs te laten gaan bij hun Mama. Een onbegrijpelijke file voor onzichtbare wegenwerken nabij Namen zorgden er echter voor dat we meer dan anderhalf uur in file stonden. Ook de Brusselse ring had een file voor ons in petto. Het kwam het humeur van de inzittenden niet ten goede. En zo kon ik weinig denken aan de mogelijke kampioenwedstrijd van ‘mijn’ Club Brugge.

Om 17 uur waren we thuis. Ik belde even naar de mama voor moederdag en beloofde dinsdag eens langs te gaan. Want dan is ze jarig. De grote kinderen waren bij hun mama, de kleinste lag dan eindelijk wat te slapen en wij deden den opkuis. TV werd aangezet maar diende het eerste uur vooral als behang. Om 18 uur ging ik dan toch in de zetel zitten en zag Standard sterk aan de wedstrijd beginnen. Al snel dacht ik, vrijwel zonder zenuwen, och vandaag redden we het niet maar het deert mij niet. Het stond al snel 1-0. Standard verloor evenwel wat van zijn sterk begin en Club nam gaandeweg over. Toen ik Wesley een bal diep zag steken op Vormer dacht ik dat het een verloren bal was. Vormer tackelde evenwel op de bal, beroerde die – naar ik zag toch even met de arm – mocht doorgaan, gaf voor en Vossen krulde de bal mooi binnen. Normaal zou ik nu uit de zetel springen en luidop Yes roepen. Ik bleef vrijwel stoïcijns zitten. Het spel viel stil, de VAR kwam er aan te pas. Ik voelde mijn hartslag toch even de hoogte in gaan toen de scheidsrechter naar het scherm ging kijken. Het beeld van een twijfelende Vossen zal mij altijd bij blijven. ‘Wat is dit hier’, zag ik Jelle denken. En ik was er van overtuigd dat ook hij gezien had dat Ruud de bal even met zijn arm kon meenemen. ‘Ze gaan dit afkeuren ofwa?’ Maar de scheids wees na even dan toch naar de middenstip en keurde zo het doelpunt goed. Vormer zweepte de aanhang dan toch op en enige vreugde ging door mij heen. Maar ik sprong niet op. De beleving van de goal was maar zo zo.

Tijdens de rust keek ik snel eens op twitter. De ene kon het niet aan van de spanning terwijl de andere zei dat de VAR Club aan de titel zou helpen. Kleuren hoef ik hier niet bij te vermelden neem ik aan. Ik bleek ook getagd te zijn in een Paars bericht op facebook en verwijderde die tag al snel. De rest van de familie had ondertussen plaats genomen aan tafel om frietjes te eten. Ik diende mij even om te draaien om de puberende zoon toch enigszins op zijn plaats te zetten. En de wedstrijd, die onderging ik dus maar. Ik weet niet of alles goed binnen kwam. Tot de laatste drie minuten van de reguliere speeltijd. De dochter kwam bij mij zitten en samen keken we verder. We zagen hoe Standard de bal niet terug gaf nadat Vanaken die buiten trapte omdat een Standard speler ogenschijnlijk met heel veel pijn op het plein lag. Zo zaten we al snel in minuut 92 vooraleer verder gespeeld werd en de 4de scheids het bordje met de toegevoegde tijd opstak ‘+3 minuten’. Normaal is dat dan tot minuut 93 maar gezien het bordje pas in de 92te minuut werd opgestoken was dat dan tot minuut 95 dat er gespeeld diende te worden. Spanning alom. ‘Wat een vervelende ploeg is dat toch, die van Standard’ zei de dochter. ‘Ja hé’, zei ik,  ‘dat zijn ze altijd.’ Dit keer hoorde ik mijzelf zenuwachtig klinken. Mijn hart sloeg in mijn keel. Iets was de dochter niet ontgaan was. Ook zij zat nu in volle spanning te kijken. Zo wil ik alle wedstrijden beleven dacht ik. Samen. Wesley kon de bal nog eens vooraan krijgen en zo Dennis de 1-2 aanbieden. Maar dat gebeurde niet. Standard ging nog eens in de aanval. Het zal toch niet dacht ik. Minuut 95. Einde. Dochter en ik samen eens een ‘Yeeees, kampioen!’. De kleinste zat in bad, de oudste zoon stond onder de douche. De vriendin kwam een vijftal minuten na de match terug in de living. ‘En, ist gelukt?’ vroeg ze met blinkende ogen. ‘Ja hoor’, zei ik nogal droog. Ik zag dat ze blij was voor mij. Even had ik zin om mijn sjaal aan te doen en op straat te gaan. Even, als in 2 seconden. Ik stond op en nam de halfwarme frikandel en viandel uit de ‘stromeine’. Ik volgde nog het relaas van de wedstrijd maar dat werd wat overstemt door een ravottende kleine sloeber. En een lichtjes puberende zoon.

Neen, hoewel het spelletje mij nog steeds raakt, ben ik nu niet euforisch ofzo. Ook niet op het werk. Waar de collega’s nauwelijks begaan zijn met het voetbal. Op één collega na. Die wel een Anderlekt fan is, maar dat niet te hard uit. Mede door het feit dat Club de laatste 3 jaar 2 maal kampioen werd denk ik dan. De andere collega’s volgen het een beetje vanop afstand maar het doet hun weinig.

Normaal gezien zou ik nu -tig keren kijken naar beelden van die match. Zou ik alle kranten willen lezen. Zou ik het nieuws op de radio tientallen keren willen horen wanneer gemeld wordt dat Club verdiend kampioen werd. maar hoewel het mij dus nog steeds hard kan raken heb ik steeds meer en meer het gevoel dat ik de liefde voor het voetbal kwijt aan het geraken ben. En daar zijn verschillende reden voor.

 

 

 

 

 

Wrede verhalen

Gisterenavond, onze jongste wordt naar bed gebracht maar staat na een paar minuten al terug aan de trap te roepen dat hij niet wil slapen.

Als ik hem dan terug in bed stop en vraag of hij een verhaaltje wil horen dan is het zoals altijd een kordate ‘Nee, geen verhaaltje’. Deze keer volharde ik evenwel en nam een sprookjesboek ter hande. Roodkapje. Een dik boek weliswaar, maar het telde maar een 10-tal dikke kartonnen pagina’s. (gelukkig waren het geen pagina’s gemaakt uit vlees, want anders waren het vag … enfin u kent het mopje ongetwijfeld).

Al snel had ik zijn volledige aandacht. Terwijl ik het verhaaltje aan het voorlezen was stopte ik af en toe eens om samen met Ebbe de tekeningen te bekijken en te bespreken. Oh, zie jij de bloemetjes en de vlindertjes? Oh kijk daar, een mooie rode jas toch dat dat meisje draagt. Maar dat is lief toch van de mama dat ze een taart gebakken heeft voor de zieke Oma.

Ebbe zijn ogen sperden wijd open en hij ging volledig op in het verhaal. Met bange oortjes vernam hij hoe de Wolf de Oma opat. Even later belandde ook roodkapje in de maag van de Wolf en ik zag dat ik mij een beetje te hard ingeleefd had in mijn wolvenrol. Gelukkig kwam al snel de houthakker door het openstaande venster naar binnen en die deed de wolf dood waardoor Oma en Roodkapje uit de buik van de wolf konden kruipen. En natuurlijk was de Oma terug kerngezond en leefden ze nog lang en gelukkig.

Slik.

Dit kon tellen als eerste verhaaltje voor onze jongste. Ik besloot over te gaan tot een veel mooier sprookje. Junge Book. Iedereen is immers blij in het boek… …  tot Bagheera wil dat Mowgli de jungle verlaat. Want Mowgli hoort niet thuis bij de dieren. En Sheera Khan is op komst. En die wil een mensenjong opeten. Grrrrrrr. Zei ik. Gemeend. Tegen het boek, maar ook in mijn rol als Sheera khan. Gelukkig kwam er een mooi meisje op Mowgli af. En kon hij samen met haar de mensenwereld betreden. Want daar hoort hij thuis. En samen met dat meisje werd hij oud en gelukkig. Geen man of vrouw, ook geen x. Neen, een mooi meisje, een fotomodel als het ware.

Ebbe was moe. Hij viel snel in slaap. Zodoende kon ik hem de moraal van het verhaal niet meer meegeven. Voor zover hij dat dan ook al zou begrijpen.

Deze avond herlees ik eerst een sprookje alvorens het aan een driejarige voor te lezen. Hoe zouden die kleine en gevoelige hersenen nu omgaan met deze vers ingevoerde data?

Terug beneden deed ik hiervan konde op twitter. Hoe ik toch schrok van de inhoud van sprookjes.  Al snel kwam ik te weten dat sprookjes dan wel behoorlijk wreed mogen zijn, maar dat ze voordat ze de sprookjes waren zoals we ze nu kennen en vertellen dat ze nog veel wreder waren. Het was Matthias die mij hierop wees.