Over verkiezingsborden

Ze zijn daar weer. Net als paddestoelen uit de grond. Op alle mogelijke plaatsen van een gemeente.

De verkiezingsborden op akkers, in tuinen, op dranghekkens, op muren.

De affiches met een hoofd zo groot mogelijk erop, op allerhande ramen aan huizen, winkels, bedrijven.

En ik vind dit echt zo nodeloos. Waarom moet een partij duizenden euro investeren in het laten drukken en plaatsen van deze vervuiling en nodeloos verspillen van papier?

Op facebook zien we dan van partijen hoe straf ze bezig zijn met die borden te plaatsen. Met krantjes rond te bedelen. Sommige krantjes komen zelfs op naam, met de post toe. Het gebeurt wel eens dat er een verkeerde familie werd geadresseerd maar dat kan de verkiezingspret en verkiezingsonkost toch niet drukken zeker. Centen genoeg van onze sponsors. We moeten er iets mee doen. En wees vooral volgende keer terug welkom op onze iets te dure Barbecue, de duur mosselfestijn ofzo.

Is er een wedstrijd tussen partijen wie het meeste affiches kan hangen binnen 72u? Wie de grootste kop op een affiche kan laten drukken?

Zou er daar nu echt één kiezer meer door gewonnen worden? Ha juist, die persoon op die affiche die gaf mij verleden week met een smile van hier tot Tokyo een handdruk toen ik ze op de markt tegen kwam. Dus nu stem ik daar maar voor. Of neen, wacht. Dat is die persoon die alleen maar kan lachen en een hand geeft wanneer de verkiezingen eraan komen. Stem kwijt. Misschien zelfs lijststem kwijt.

Neen, ik zie het nut er niet van in. Overtuig mij van het tegendeel, beste politiekers.

 

Loopfietskampioenschap

Op zondag 19 augustus werd de slotrit van de Ronde van Oost-Vlaanderen U23 in Eeklo gereden. Om dit nog een beetje extra op te fleuren had onze buurman een waar Oost Vlaams loopfietskamioenschap georganiseerd op de markt.

Uit de krant:

Om er een volksfeest voor het hele gezin van te maken wordt die dag ook het Oost-Vlaams kampioenschap voor loopfietsen gehouden op de Markt. Jongens en meisjes die geboren zijn tussen 2013 en 2016 kunnen gratis deelnemen met hun step. Voor jongens en meisjes van 6 tot 15 jaar komt de Vlaamse Wielerschool langs met een behendigheidsparcours.

Wij schreven onze kleinste ook graag in want het leek ons zeker leuk om aan die activiteit mee te doen. Toen we die zondag op de markt waren ‘checkte ik mij facebookgewijs in op het loopfietskampioenschap’.  (foto vanuit slideshow die te vinden is op het blog van Awbeir.)

Ebbe loopfietst//embedr.flickr.com/assets/client-code.js

Al snel kreeg ik de vraag of onze 3-jarige loopfietser kampioen geworden was. Ik antwoordde dat iedereen gewonnen had waarop de respons een ‘?’ was. Vervolgens antwoordde ik dat ieder deelnemertje een winnaar was. Deelnemen <> winnen. U kent het wel.

En toch was er een loopfietsertje dat helaas geen kampioen kon worden. Het kindje, geboren in 2015, durfde de piste waarop slakjes maar ook snelheidsduivels zich naar de meet voortbewogen niet op. Hij zou net naast onze Ebbe vertrekken dus ik kon alles verstaan waarom het kindje niet wou. ‘Papa, ik dujf da ni’ Waarop de Papa ‘Och ge zijt een dom kind. Ge zult nooit iets worden, stap maar af.’ ‘Huilbui’. Mah. Mah. ‘Niets te maren’.

Ik wist even niet wat gedaan maar besloot niet te reageren en onze kleine loopfietskampioen te filmen.

 

 

Iedereen BOB

U kent het wel de campagne om iedere chauffeur aan te sporen om geen alcohol te drinken als u zich nog in het verkeer dient te begeven. Wel, ik denk dat er heel velen zijn die BOB zien als een acronym voor Bang Op de Baan.

Nu het voor velen vakantie is rijd ik terug met de auto naar het werk in Brussel. Ik zou dat normaal ook doen in tijden dat het geen vakantie is, maar de tijd leerde mij dat dit behoorlijk duur is. Daarenboven is het ook steeds meer stresserend aan het worden om vele kilometers af te leggen.

Bang Op de Baan dus. Egoïsme lijkt deze tijd wel het modewoord te zijn. En dat egoïsme komt enerzijds doordat men bang geworden is om op de baan te rijden. Egoïsten op de baan zorgen voor egoïsme van de niet zo ervaren chauffeurs.

Op de E40,  trajectcontrole tussen Wetteren en Erpe-Mere. Hoewel deze controle op dit moment niet meer gedaan wordt, houdt het merendeel van de chauffeurs zich daar aan de wettelijk toegelaten snelheid. Eens daar voorbij zie je dat de grote wagens ineens veel sneller kunnen rijden dan tijdens dat traject. Ze gaan dat dan ook duidelijk maken om te gaan bumperkleven over met de grote lichten te trekken zodat ze snel voorbij kunnen. Mogelijks zijn ze dan ook nog aan het telefoneren.

Motorijders. Ongelooflijk hoe hard je voor deze dingen moet uitkijken. Net als fietsers die overal tussen hoppen of voetgangers die wel eens zullen inschatten hoe snel een wagen afkomt.

Het is dus logisch dat er heel wat mensen bang worden in het verkeer. Ik merk het ook aan mezelf. Ik ben nog ver van het bange stadium af maar ik merk dus dat ik nog aandachtiger dien te zijn op de baan.

Zal dit beteren als we allemaal met zelfrijdende auto’s rondrijden? Ik vrees van niet.

Voor mij is de enige oplossing om veel strenger op te treden bij verkeersovertredingen.

Ik zal er ook wel eens aanhangen door een paar km/uur te snel te rijden. Maar dan weet ik dat ik in fout was en zal dat graag toegeven. Mensen die steen en been klagen dat er onverwachte snelheidscontroles zijn, ik snap het niet. Een nieuwe trajectcontrole van toepassing? Gezaag. Hebben ze niets beter te doen dan hun kassa te spijzen?

GSM aan het stuur? Neem die GSM in beslag. Sim kaartje eruit, terug geven en telefoon in beslag. Ik ben ook al eens gepakt om al rijdende te bellen, toen mijn vriendin hoogzwanger in de kliniek lag, maar ik begreep mijn inbraak in het verkeersreglement en betaalde zonder mopperen de boete.

Er is nog weinig discipline op de weg; niet alleen op de weg trouwens.

Er zullen er nu wel weer zijn die zeggen dat ik dit schrijf doordat ik ouder word. Denk er jullie goesting van. Jullie zijn het gevaar waar iedereen B.O.B. door wordt.

Met plezier

Zo, het Wereldkampioenschap voetbal zit er ook al weer op en de medailles zijn dus uitgedeeld. Ons landje haalde zowaar de derde plaats en deed dat met bijwijlen heel leuk voetbal.

Op zondag werden de Rode Duivels dan ook met enorm veel enthousiasme in Brussel onthaald en veel supporters die niet in Brussel waren konden alles op televisie volgen. Menig Belg liet een traantje las ik op twitter. Natuurlijk werd er ook wel eens aangehaald dat er meer Frans dan Vlaams gesproken werd daar op het bordes van het Stadhuis te Brussel maar wie maalt daar nu om.

‘s Avonds was er dan de slotshow van Villa Sporza en daarin was bondscoach Martinez te gast. Topkerel, zo bleek. Wat een enthousiasme, wat een empathie, wat een overbrenger van plezier voor het spelletje. Maar of dit voldoende is om een team, de gouden generatie genaamd, onmiddellijk aan een wereldtitel te helpen, daar heb ik nu net een heel kleine bedenking over. Geef het nog wat tijd en hou de boel samen met hier en daar een aanvulling van opkomend, jong talent.

Want, onze Rode Duivels speelden onder Martinez met te veel plezier.  Ik hoorde Kevin De Bruyne na de wedstrijd tegen Engeland zeggen dat hij elke wedstrijd op het tornooi met plezier heeft gespeeld. Dat hij het leuk vond om te mogen voetballen. Ook bij de andere spelers droop het plezier er af. Gezien hoe Hazard gisteren stond te dollen op dat bordes? Ik verwacht nog mooie tijden voor ons Belgisch voetbal. En dat onze eigen vaderlandse competitie nu ook eens een boost zou kunnen krijgen. Hoeveel kleine jongens en meisjes zouden nu niet willen beginnen met voetballen? Helaas is het niet zo gemakkelijk om een degelijke opleiding in eigen land te krijgen. Budgetten en dergelijke meer, u kent het wel.

In schril contrast staat dan de uiteindelijke Wereldkampioen, Frankrijk.  Niemand, met uitzondering van de Frans gezinde wereldburgers, vindt dit Frankrijk een verdiende wereldkampioen. Een onverdiende wereldkampioen bestaat evenwel niet, laat het ons dus houden bij een niet zo aantrekkelijke kampioen. En ik vrees dat de spelers van Frankrijk na hun roes niet veel langer top of the league zullen zijn. Ik verwacht, als dit team dan al samen blijft, er niet zo heel veel meer van in latere tornooien. En ook in Frankrijk staan nu waarschijnlijk duizenden jonge kinderen te popelen om te voetballen. Laat ons alleen hopen dat er attractief voetbal gepredikt wordt.

Voor hun was plezier in het spelletje niet belangrijk. Het was vooral de manier waarop ze speelden dat belangrijk was. En als dat nu met vervelend voetbal was, tant pis. Als dat nu was door tijd te rekken, nog tant pisser. Als dat nu was doordat de Var wat meehielp. Het zal ze worst wezen. Mbappé verklaarde immers na de wedstrijd tegen onze Rode Duivels dat hij en zijn team dan toch maar in de Finale stond en de Belgen toch maar niet. Het doel heiligt de middelen, nietwaar Mussolini?

Ik trek de lijn ‘met plezier’ eens door naar het bedrijfsleven. Ondertussen draai ik al zo een 26 jaar mee in het bedrijfsleven waarvan ik de laatste 18 jaar als consultant werk. Ik werkte voor zo een 10-tal bedrijven en kan dus terugblikken op verschillende manieren van werken. Ik weet heel goed hoe het voelt om al dan niet met plezier te gaan werken.  En daar waar je met plezier gaat werken, zullen de resultaten op termijn ook aanhouden. Misschien niet altijd de top bereiken qua resultaat, maar wel top qua plezier en resultaat samen. En geef mij dan maar dat laatste.

Laat ons dus vooral hopen dat het weinig attractieve spel van de Fransen geen maatstaf wordt voor het voetbal. Toen Martinez gevraagd werd of hij het spel van de Rode Duivels nu zou aanpassen door lessen te trekken uit dit tornooi zei hij dit niet te willen doen. Nochtans hadden de Fransen zelf die les getrokken uit de verloren finale tegen Portugal op het vorige EK. Moedig vind ik dat van onze bondscoach. En de eerst zo verguisde Spanjaard staat nu op zijn piedestal. Te glunderen. Net als wij, fiere Belgen.

 

Muziek op de trein

In deze tijden van politieke correctheid en het moeten opletten of elke letter die je neertikt op de juiste plaats staat begin ik deze blogpost met:

Onder voorbehoud van alle recht en zonder enige nadelige erkentenis.

Zo, ik kan er veilig en wel aan beginnen.

De voorbije twee dagen staakten de treinchauffeurs van de NMBS. Dat zorgde ervoor dat het treinverkeer enigszins herschikt diende te worden. Een dank u wel gaat van mijn kant uit naar de treinchauffeurs die toch wilden werken. Zo kon ik op dinsdag en woensdag dan toch mijn afspraken op het werk in Brussel nakomen. En kon ik op een vrijwel normaal uur terug thuis geraken. Doch het zorgde er wel voor dat de trein richting kust behoorlijk vol zat.

Ik nam gisteren plaats in een compartimentje voor 2 personen. In Brussel Zuid werd het compartiment naast mij, dat plaats biedt aan 4 personen gevuld met een paar jonge, stoere kerels. Ik schatte ze een jaar of 16. De trein was nog niet goed vertrokken of één van de jongeren nam zijn telefoontoestel en liet de muziek nogal luid weerklinken. Rapmuziek; In het frans. Niet direct mijn favoriete muziek, maar goed, iederen zijn smaak. Al snel kregen de jongeren de aandacht van de medereizigers.

Omdat er toch iemand iets moet aanmerken, en ik geef toe – ik ben dan wel veelal de eerste die dat zal doen – sprak ik de jonge kerels aan. Ik vroeg vriendelijk of het nodig was dat die muziek zo luid diende te staan. De vier keken elkaar aan met een blik van wat wil die man daar nu zeggen. De muziek werd heel even uitgezet dus ik dacht dat het wel over zou zijn.

U raadt het natuurlijk al. Nauwelijks was die laatste gedachte door mij heen gegaan, de muziek stond nog luider. Ik geef toe, ik gaf ze een scheve blik waarna ik mijn zitplaats veliet om een andere plaats te vinden. Eén van de stoere mannen maakte aanstalten mij te volgen waarop hij door de andere aangemaand werd, in een voor mij vreemde taal, te blijven zitten. Of begreep ik ze niet doordat ze een hand voor de mond hielden? Kan ook.

De rest van de reizigers knikten begrijpend naar mij en een jong koppel besloot ook van plaats te veranderen.

De rest van de treinrit zat ik niet echt meer op mijn gemak. Want wat als die gasten ook zouden afstappen in het vrij kalme Aalter? Daarom verplaatste ik mij toch een drietal keer zodat ik 2 wagons verder zat dan mijn oorspronkelijke zitplaats.

En mocht dit nu de eerste keer zijn dat er zo een jonge bende veel te luide muziek afspeelt ik zou er niet over schrijven. Ik denk dat ik in deze verlofperiode maar terug meer met de auto naar het werk rij.

 

Proper

Vuiligheid. Overal gegooid. Overal uitgesmeerd. Vuiligheid. Slordig zijn, alles laten slingeren, niet opruimen. Vuil. Vuiligheid. We kunnen er allemaal niet goed tegen toch? En toch bezondigen we er ons wel eens of meermaals aan. Blikjes en petflessen worden zomaar op straat en in bermen gegooid, massa zwerfvuil ontsiert de landschappen.  Voor velen is het al lastig om na de grote boodschap eens achterom te kijken opdat de volgende bezoeker geen resten zou aantreffen van zijn of haar voorgangers beurt.

Al eens gezien wat er na een festival achtergelaten wordt? Of wat er allemaal op het strand te vinden is nadat alle toeristen vertrokken zijn?

Ziet dat af! Moh zeg, wat voor een vuilaards. Jongens toch.

En dan gisteren, dinsdag 3 Juli, daags na de wedstrijd België – Japan op het WK18:

Heb je het gezien? Proper hé zeg. Amai zeg, zo sjiek. Jawadde ze. Hallo zeg. Zo wijs. Zo zot. Maar, dat die dat zomaar doen.

Inderdaad, de Jappen kuisten, na de wedstrijd tegen België hun zitplaatsen in het stadion op. Wat ze meebrachten ging ook terug mee naar huis. Een deel van de Westerse supporters zouden al liever eens een stoeltje afbreken en op het terrein gooien. Om nog maar niet te spreken van papierproppen of bierbekertjes. Ook de kleedkamer was grondig gekuist. Spic en span zoals de Westerling wel eens pleegt te zeggen. Ze hebben in Japan zelfs geen kuisvrouwen nodig op school. Huh?

Dat de Japanner zo proper is, is te danken aan hun 5S methodiek. Daarvoor is er evenwel discipline nodig. En is dat niet iets wat velen onder ons mankeren.

De 5 S-en zijn:

  • Sorteren
  • Schikken
  • Schoonmaken
  • Standaardiseren
  • Standhouden/systematiseren

Genoeg webruimte vuil gemaakt, veel meer  info op wikipedia. (onder andere over een rode kaart geven aan voorwerpen.)

Live beelden

Wanneer ik naar de voetbal zit te kijken op televisie vind ik dat de commentator het ‘spel’ soms kan lezen. Die zegt dan bijvoorbeeld ‘mooie dieptepass van De Bruyne op Mertens’ terwijl die pass eigenlijk nog maar net- of zelfs nog net niet-  vertrokken is. Dat potverdorie, denk ik dan, is toch wel straf dat die mannen – ja het zijn altijd mannen die voetbal becommentariëren – dat kunnen.

Maar die commentator zit er live bij. Die is dus aanwezig op dat plein. Terwijl wij toch op televisie zitten kijken. En eer die beelden uit pakweg Rusland tot bij ons geraken.. Ja dat kan wel even duren natuurlijk.

Ha! Je lacht met dit bovenstaande; Maar toch is het zo. Lees het onderstaande artikel uit het Nieuwsblad maar eens.

Zaterdag kijken we met zijn allen weer massaal naar de match van de Rode Duivels. Maar wanneer – of liever: als – er gescoord wordt tegen Tunesië, zal niet iedereen dat doelpunt op hetzelfde moment zien. U hebt het vast al eens gemerkt: in het café naast het uwe of bij de buren wordt al luid gejuicht, terwijl op uw scherm de aanval nog volop bezig is of de hoekschop nog genomen moet worden. Hoe komt dat?

Het café op de hoek waar de treffer nét een seconde eerder valt. Of de buurman die met de ramen open naar dezelfde voetbalwedstrijd kijkt, een paar seconden voor jou de goal te zien krijgt en het moment volledig verpest. Het is een vervelend, maar bekend fenomeen. Hoe komt het dat we vandaag, in een wereld die meer dan ooit verbonden is, niet allemaal alles op exact hetzelfde moment zien bij live uitzendingen?

Om maar meteen een illusie stuk te slaan: live beelden bestaan niet. Enkel de 1.000 Belgische supporters in Sotchi zagen de goals van Mertens en Lukaku werkelijk live. Om de beelden tot bij kijkers in de rest van de wereld te krijgen, is een reeks bewerkingen nodig.

Ten eerste: het vraagt tijd om de beelden, vastgelegd in Rusland, te verspreiden naar de wereldwijde tv-kanalen die de rechten hebben. Het versturen van de beeldenstroom via satelliet of kabel neemt weliswaar slechts een seconde in beslag. En tot zover wordt iedereen gelijk behandeld, want de beelden komen in Vlaanderen allemaal terecht bij de VRT en RTBF.

Waarom u de goals van de Belgen tegen Tunesië later te zien zal krijgen dan uw buurman
Foto: BELGA

“Het grootste verschil heeft te maken met de technologieën die de verschillende telecomoperatoren gebruiken en de behandelingen die de beelden moeten ondergaan vooraleer ze op een televisiescherm vertoond kunnen worden”, legt Jan Margot van Proximus uit. Afhankelijk van de operator moet het signaal door meer of minder ‘knooppunten’. Hoe talrijker en ingewikkelder die knooppunten, hoe meer vertraging de beelden oplopen. “Een signaal dat via de kabel loopt, komt in principe op hetzelfde moment bij iedereen aan. Tenminste, met gelijkwaardig materiaal”, zegt Telenet-woordvoerster Isabelle Geeraerts. Maar dat brengt ons bij het volgende punt.

Decoderen

Een sleutelrol is namelijk weggelegd voor de decoder bij de klanten. Daarvoor is de regel simpel: hoe meer bewerkingen een signaal ondergaan heeft, hoe langer het duurt om het te decoreren. Gelukkig bevatten decoders tegenwoordig erg krachtige processoren, die de signalen in sneltempo kunnen omzetten naar beelden.

Maar de leeftijd van de decoder heeft wel degelijk een invloed op de snelheid van de beelden. ”Sommige oudere modellen doen er langer over om het videosignaal te decoderen, voordat de beelden in live kwaliteit op het scherm kunnen verschijnen”, klinkt het bij Geeraerts. “En wie online of via de app kijkt, ziet de goals nóg wat later dan ze in werkelijkheid vallen. Dat verschil kan gemakkelijk oplopen tot een tiental seconden. Dat heeft te maken met de kwaliteit van de verbinding en of je al dan niet beweegt. Wanneer je bijvoorbeeld op de trein zit, zal het trager gaan.”

Vroeger was het beter

Vroeger, ten tijde van de analoge televisie, was het beter. Tenminste, wat gelijktijdigheid betreft. Iedereen zag dezelfde beelden tegelijk, omdat het signaal verzonden werd zonder verdere behandeling. Dat veranderde met de komst van digitale televisie, waardoor de beelden verschillende behandelingen moeten ondergaan. Maar dat zorgt er dan wel weer voor dat de kwaliteit beter is en dat je kan pauzeren of terugspoelen.

Helaas lijkt er dus weinig gedaan te kunnen worden aan spoilers door het gejuich van de buurman. Tenzij misschien gezellig samen met de buren naar de wedstrijd kijken.

Geflitst worden

Ja, ik kan er mij aan ergeren aan de personen die steeds gaan klagen over het feit dat ze geflitst werden of geflitst kunnen worden.

Er zijn inderdaad flitslocaties die gekozen worden opdat ze geld zouden opbrengen. Ik denk hierbij aan controles op een baan waar je normaal 90 mag rijden maar waar de snelheid door wegenwerken terug gebracht werd naar max 50/uur. Meestal gaat dat dan in stappen. Van 90 naar 70 en dan uiteindelijk naar 50 of zelfs 30 per uur. Als je dan geflitst wordt op een 25 meter nadat het bord 70 verscheen, dan is dat een vervelende flitsboete. En is het eerder een boete omdat ze nu éénmaal geld willen hebben van jou. En deze flitscontroles vind ik ook niet kunnen.

Maar iemand die tegen trajectcontroles is, of tegen flitsers op een eerlijke locatie, neen die begrijp ik niet.  Het is tijd voor een bakje in onze auto die automatisch onze gegevens verstuurd van zodra er een tijdje te snel gereden wordt.

Zelf ben ik ook al geflitst op een Grote Baan waar ik 70 mag maar dan toch 78 reed en dan vloek ik natuurlijk wel eens. En ja, het lijkt soms wel traag, de snelheid die we mogen rijden op sommige wegen, maar is het echt de moeite om die opgelegde snelheid flagrant aan flarden te rijden? En ja, ik vind het ook vervelend dat wanneer je aan de toegetane snelheid aan het rijden bent er dan toch een andere bestuurder het nodig acht je voorbij te steken. Of dat je dan het gevoel krijgt dat je het achterliggend verkeer ophoudt.

Het zal waarschijnlijk wel te maken hebben met het feit dat ik ouder en dus ook rustiger word. Althans zo voelt ouder worden toch bij mij aan. Vroeger durfde ik wel eens – al dan niet terecht – uit mijn krammen te schieten. Nu laat ik het eerder wat begaan. En zoek ik de rust in mijn hoofd op.

 

Ah, Club Brugge is kampioen.

Ik dacht dat ik toch even ging vieren, zo net na de titel van Club Brugge in de Belgische Jupiler pro league. Ik ben, zoals de meesten wel weten, een Club Brugge supporter van het eerste uur. Sinds eind de jaren 70 ging ik tot mid de jaren 2000 regelmatig tot bijna altijd kijken naar Blauw Zwart. Af en toe ga ik nog wel eens naar een wedstrijd in Jan Breydel gaan kijken maar de  laatste 14 jaar zat ik zo goed als bijna altijd aan het tv scherm gekluisterd om naar de wedstrijd van mijn favoriete ploeg te kijken. Er mag dan gelijk welk feest zijn waar we op uitgenodigd zijn, ik wil de wedstrijd van Club zien.

Dit jaar was het niet anders. En elke wedstrijd van de Play Offs zat ik vol spanning, meestal alleen in de zetel, te kijken naar de wedstrijd. En hoewel Club telkens een degelijk niveau haalde, de punten bleven grotendeels achterwege. De gehalveerde puntenkloof die van 12 naar 6 punten terug gebracht werd, kwam even in gevaar. Zeker toen er op zondag 06-05-18 thuis verloren werd van eeuwig rivaal Anderlekt vreesde ik even voor een nieuwe titel. Ook Standard kwam terug aan het venster piepen of er geen plaats was op de eerste podiumplaats. Standard, de ploeg waar niemand nog rekening mee hield aan het begin van deze play offs. Zelfs niet toen ze in extremis nog een goal maakten in Jan Breydel en het zo 4-4 werd.

Donderdag, de wedstrijd in en tegen Charleroi zou ik mogelijks niet kunnen volgen. We gaan dan immers met een deel van de familie naar Europapark in Duitsland. Maar dankzij mijn abonnement bij telenet Play sport zou ik, indien er wifi op de camping is, toch kunnen volgen. Er was wifi, maar die was niet echt stabiel. Eerder die dag had ik met horten en stoten kunnen zien hoe Standard in Brussel ging winnen.  Standard stond plots op 1 punt van Club. Er diende dus maar beter gewonnen te worden in Charleroi gezien de volgende wedstrijd van Club in Luik, tegen Standard is.

Op zoek naar de beste ontvangst liep ik die donderdagavond de camping rond. Ik zag het 1-0 worden via een strafschop. Zo rond minuut zeventig in de wedstrijd diende ik toch even naar het toilet te gaan. De wifi viel echter weg en eer ik terug beeld had stond het 1-1. Ik slaakte een kleine zucht. Maar die zucht bleek te hard geweest te zijn want de wifi was weer weg. Te hard geblazen? Ik ademde diep en dacht, what the… En daar was de wifi terug en stond het gelijk 1-2. En nauwelijks een minuut later zag ik dan Jelle de 1-3 maken. Ik balde de vuist en riep ten midden van een paar tientallen campeerders ‘YES’. ‘Yeeees’; En dan ‘Jaaaah’. ‘Jaaaah Bitte Ein zu drei’. Menig campeerder keek op en ik toonde mijn telefoon ‘Bruuge! Ein zu Drei!’

Ik stapte met een smile terug naar de caravan waar de andere familieleden zich bevonden. Ik wou dat met een bedrukt gezicht doen, net zoals ik deed toen het 1-0 stond, maar dat lukte mij niet. De komende dagen zouden echt wel top worden, daar in het pretpark. Want bij een nederlaag van Club kan ik soms wel even minder aangenaam zijn. Hoe hard ik ook mijn best doe om dat van mij af te zetten, het lukt niet altijd. Tegen schoonbroer Giovanni zei ik dat de komende dagen top zouden worden. Club won, de zon was beginnen schijnen  en zou dat de komende 2 dagen in volle glorie doen en de Silver Star lachte vanuit zijn vaste standplaats naar ons op de camping.

En zo werd het zondag. Die nacht passeerde een onweer over de camping. Alweer had ik nauwelijks een paar uur geslapen. We vertrokken omstreeks 08u30 vanop de camping naar huis. Daar zouden we tegen 14u aankomen. Het was moederdag dus ik had graag nog eens bij mijn Mama gepasseerd om dan vervolgens de 2 grootste kinderen even langs te laten gaan bij hun Mama. Een onbegrijpelijke file voor onzichtbare wegenwerken nabij Namen zorgden er echter voor dat we meer dan anderhalf uur in file stonden. Ook de Brusselse ring had een file voor ons in petto. Het kwam het humeur van de inzittenden niet ten goede. En zo kon ik weinig denken aan de mogelijke kampioenwedstrijd van ‘mijn’ Club Brugge.

Om 17 uur waren we thuis. Ik belde even naar de mama voor moederdag en beloofde dinsdag eens langs te gaan. Want dan is ze jarig. De grote kinderen waren bij hun mama, de kleinste lag dan eindelijk wat te slapen en wij deden den opkuis. TV werd aangezet maar diende het eerste uur vooral als behang. Om 18 uur ging ik dan toch in de zetel zitten en zag Standard sterk aan de wedstrijd beginnen. Al snel dacht ik, vrijwel zonder zenuwen, och vandaag redden we het niet maar het deert mij niet. Het stond al snel 1-0. Standard verloor evenwel wat van zijn sterk begin en Club nam gaandeweg over. Toen ik Wesley een bal diep zag steken op Vormer dacht ik dat het een verloren bal was. Vormer tackelde evenwel op de bal, beroerde die – naar ik zag toch even met de arm – mocht doorgaan, gaf voor en Vossen krulde de bal mooi binnen. Normaal zou ik nu uit de zetel springen en luidop Yes roepen. Ik bleef vrijwel stoïcijns zitten. Het spel viel stil, de VAR kwam er aan te pas. Ik voelde mijn hartslag toch even de hoogte in gaan toen de scheidsrechter naar het scherm ging kijken. Het beeld van een twijfelende Vossen zal mij altijd bij blijven. ‘Wat is dit hier’, zag ik Jelle denken. En ik was er van overtuigd dat ook hij gezien had dat Ruud de bal even met zijn arm kon meenemen. ‘Ze gaan dit afkeuren ofwa?’ Maar de scheids wees na even dan toch naar de middenstip en keurde zo het doelpunt goed. Vormer zweepte de aanhang dan toch op en enige vreugde ging door mij heen. Maar ik sprong niet op. De beleving van de goal was maar zo zo.

Tijdens de rust keek ik snel eens op twitter. De ene kon het niet aan van de spanning terwijl de andere zei dat de VAR Club aan de titel zou helpen. Kleuren hoef ik hier niet bij te vermelden neem ik aan. Ik bleek ook getagd te zijn in een Paars bericht op facebook en verwijderde die tag al snel. De rest van de familie had ondertussen plaats genomen aan tafel om frietjes te eten. Ik diende mij even om te draaien om de puberende zoon toch enigszins op zijn plaats te zetten. En de wedstrijd, die onderging ik dus maar. Ik weet niet of alles goed binnen kwam. Tot de laatste drie minuten van de reguliere speeltijd. De dochter kwam bij mij zitten en samen keken we verder. We zagen hoe Standard de bal niet terug gaf nadat Vanaken die buiten trapte omdat een Standard speler ogenschijnlijk met heel veel pijn op het plein lag. Zo zaten we al snel in minuut 92 vooraleer verder gespeeld werd en de 4de scheids het bordje met de toegevoegde tijd opstak ‘+3 minuten’. Normaal is dat dan tot minuut 93 maar gezien het bordje pas in de 92te minuut werd opgestoken was dat dan tot minuut 95 dat er gespeeld diende te worden. Spanning alom. ‘Wat een vervelende ploeg is dat toch, die van Standard’ zei de dochter. ‘Ja hé’, zei ik,  ‘dat zijn ze altijd.’ Dit keer hoorde ik mijzelf zenuwachtig klinken. Mijn hart sloeg in mijn keel. Iets was de dochter niet ontgaan was. Ook zij zat nu in volle spanning te kijken. Zo wil ik alle wedstrijden beleven dacht ik. Samen. Wesley kon de bal nog eens vooraan krijgen en zo Dennis de 1-2 aanbieden. Maar dat gebeurde niet. Standard ging nog eens in de aanval. Het zal toch niet dacht ik. Minuut 95. Einde. Dochter en ik samen eens een ‘Yeeees, kampioen!’. De kleinste zat in bad, de oudste zoon stond onder de douche. De vriendin kwam een vijftal minuten na de match terug in de living. ‘En, ist gelukt?’ vroeg ze met blinkende ogen. ‘Ja hoor’, zei ik nogal droog. Ik zag dat ze blij was voor mij. Even had ik zin om mijn sjaal aan te doen en op straat te gaan. Even, als in 2 seconden. Ik stond op en nam de halfwarme frikandel en viandel uit de ‘stromeine’. Ik volgde nog het relaas van de wedstrijd maar dat werd wat overstemt door een ravottende kleine sloeber. En een lichtjes puberende zoon.

Neen, hoewel het spelletje mij nog steeds raakt, ben ik nu niet euforisch ofzo. Ook niet op het werk. Waar de collega’s nauwelijks begaan zijn met het voetbal. Op één collega na. Die wel een Anderlekt fan is, maar dat niet te hard uit. Mede door het feit dat Club de laatste 3 jaar 2 maal kampioen werd denk ik dan. De andere collega’s volgen het een beetje vanop afstand maar het doet hun weinig.

Normaal gezien zou ik nu -tig keren kijken naar beelden van die match. Zou ik alle kranten willen lezen. Zou ik het nieuws op de radio tientallen keren willen horen wanneer gemeld wordt dat Club verdiend kampioen werd. maar hoewel het mij dus nog steeds hard kan raken heb ik steeds meer en meer het gevoel dat ik de liefde voor het voetbal kwijt aan het geraken ben. En daar zijn verschillende reden voor.