Met plezier

Zo, het Wereldkampioenschap voetbal zit er ook al weer op en de medailles zijn dus uitgedeeld. Ons landje haalde zowaar de derde plaats en deed dat met bijwijlen heel leuk voetbal.

Op zondag werden de Rode Duivels dan ook met enorm veel enthousiasme in Brussel onthaald en veel supporters die niet in Brussel waren konden alles op televisie volgen. Menig Belg liet een traantje las ik op twitter. Natuurlijk werd er ook wel eens aangehaald dat er meer Frans dan Vlaams gesproken werd daar op het bordes van het Stadhuis te Brussel maar wie maalt daar nu om.

‘s Avonds was er dan de slotshow van Villa Sporza en daarin was bondscoach Martinez te gast. Topkerel, zo bleek. Wat een enthousiasme, wat een empathie, wat een overbrenger van plezier voor het spelletje. Maar of dit voldoende is om een team, de gouden generatie genaamd, onmiddellijk aan een wereldtitel te helpen, daar heb ik nu net een heel kleine bedenking over. Geef het nog wat tijd en hou de boel samen met hier en daar een aanvulling van opkomend, jong talent.

Want, onze Rode Duivels speelden onder Martinez met te veel plezier.  Ik hoorde Kevin De Bruyne na de wedstrijd tegen Engeland zeggen dat hij elke wedstrijd op het tornooi met plezier heeft gespeeld. Dat hij het leuk vond om te mogen voetballen. Ook bij de andere spelers droop het plezier er af. Gezien hoe Hazard gisteren stond te dollen op dat bordes? Ik verwacht nog mooie tijden voor ons Belgisch voetbal. En dat onze eigen vaderlandse competitie nu ook eens een boost zou kunnen krijgen. Hoeveel kleine jongens en meisjes zouden nu niet willen beginnen met voetballen? Helaas is het niet zo gemakkelijk om een degelijke opleiding in eigen land te krijgen. Budgetten en dergelijke meer, u kent het wel.

In schril contrast staat dan de uiteindelijke Wereldkampioen, Frankrijk.  Niemand, met uitzondering van de Frans gezinde wereldburgers, vindt dit Frankrijk een verdiende wereldkampioen. Een onverdiende wereldkampioen bestaat evenwel niet, laat het ons dus houden bij een niet zo aantrekkelijke kampioen. En ik vrees dat de spelers van Frankrijk na hun roes niet veel langer top of the league zullen zijn. Ik verwacht, als dit team dan al samen blijft, er niet zo heel veel meer van in latere tornooien. En ook in Frankrijk staan nu waarschijnlijk duizenden jonge kinderen te popelen om te voetballen. Laat ons alleen hopen dat er attractief voetbal gepredikt wordt.

Voor hun was plezier in het spelletje niet belangrijk. Het was vooral de manier waarop ze speelden dat belangrijk was. En als dat nu met vervelend voetbal was, tant pis. Als dat nu was door tijd te rekken, nog tant pisser. Als dat nu was doordat de Var wat meehielp. Het zal ze worst wezen. Mbappé verklaarde immers na de wedstrijd tegen onze Rode Duivels dat hij en zijn team dan toch maar in de Finale stond en de Belgen toch maar niet. Het doel heiligt de middelen, nietwaar Mussolini?

Ik trek de lijn ‘met plezier’ eens door naar het bedrijfsleven. Ondertussen draai ik al zo een 26 jaar mee in het bedrijfsleven waarvan ik de laatste 18 jaar als consultant werk. Ik werkte voor zo een 10-tal bedrijven en kan dus terugblikken op verschillende manieren van werken. Ik weet heel goed hoe het voelt om al dan niet met plezier te gaan werken.  En daar waar je met plezier gaat werken, zullen de resultaten op termijn ook aanhouden. Misschien niet altijd de top bereiken qua resultaat, maar wel top qua plezier en resultaat samen. En geef mij dan maar dat laatste.

Laat ons dus vooral hopen dat het weinig attractieve spel van de Fransen geen maatstaf wordt voor het voetbal. Toen Martinez gevraagd werd of hij het spel van de Rode Duivels nu zou aanpassen door lessen te trekken uit dit tornooi zei hij dit niet te willen doen. Nochtans hadden de Fransen zelf die les getrokken uit de verloren finale tegen Portugal op het vorige EK. Moedig vind ik dat van onze bondscoach. En de eerst zo verguisde Spanjaard staat nu op zijn piedestal. Te glunderen. Net als wij, fiere Belgen.

 

Muziek op de trein

In deze tijden van politieke correctheid en het moeten opletten of elke letter die je neertikt op de juiste plaats staat begin ik deze blogpost met:

Onder voorbehoud van alle recht en zonder enige nadelige erkentenis.

Zo, ik kan er veilig en wel aan beginnen.

De voorbije twee dagen staakten de treinchauffeurs van de NMBS. Dat zorgde ervoor dat het treinverkeer enigszins herschikt diende te worden. Een dank u wel gaat van mijn kant uit naar de treinchauffeurs die toch wilden werken. Zo kon ik op dinsdag en woensdag dan toch mijn afspraken op het werk in Brussel nakomen. En kon ik op een vrijwel normaal uur terug thuis geraken. Doch het zorgde er wel voor dat de trein richting kust behoorlijk vol zat.

Ik nam gisteren plaats in een compartimentje voor 2 personen. In Brussel Zuid werd het compartiment naast mij, dat plaats biedt aan 4 personen gevuld met een paar jonge, stoere kerels. Ik schatte ze een jaar of 16. De trein was nog niet goed vertrokken of één van de jongeren nam zijn telefoontoestel en liet de muziek nogal luid weerklinken. Rapmuziek; In het frans. Niet direct mijn favoriete muziek, maar goed, iederen zijn smaak. Al snel kregen de jongeren de aandacht van de medereizigers.

Omdat er toch iemand iets moet aanmerken, en ik geef toe – ik ben dan wel veelal de eerste die dat zal doen – sprak ik de jonge kerels aan. Ik vroeg vriendelijk of het nodig was dat die muziek zo luid diende te staan. De vier keken elkaar aan met een blik van wat wil die man daar nu zeggen. De muziek werd heel even uitgezet dus ik dacht dat het wel over zou zijn.

U raadt het natuurlijk al. Nauwelijks was die laatste gedachte door mij heen gegaan, de muziek stond nog luider. Ik geef toe, ik gaf ze een scheve blik waarna ik mijn zitplaats veliet om een andere plaats te vinden. Eén van de stoere mannen maakte aanstalten mij te volgen waarop hij door de andere aangemaand werd, in een voor mij vreemde taal, te blijven zitten. Of begreep ik ze niet doordat ze een hand voor de mond hielden? Kan ook.

De rest van de reizigers knikten begrijpend naar mij en een jong koppel besloot ook van plaats te veranderen.

De rest van de treinrit zat ik niet echt meer op mijn gemak. Want wat als die gasten ook zouden afstappen in het vrij kalme Aalter? Daarom verplaatste ik mij toch een drietal keer zodat ik 2 wagons verder zat dan mijn oorspronkelijke zitplaats.

En mocht dit nu de eerste keer zijn dat er zo een jonge bende veel te luide muziek afspeelt ik zou er niet over schrijven. Ik denk dat ik in deze verlofperiode maar terug meer met de auto naar het werk rij.

 

Waar gaan we naar toe?

Ik zit bijna aan het einde in het boek ‘De oorsprong’ van Dan Brown. Nog pakweg 70 bladzijden te gaan en wat is het jammer dat ik nu geen tijd heb om dit nu te lezen. Ik kijk al uit naar dat uurtje in de trein. En dan, na het avondeten, in de lounge op ons terras. Dat boek moet nu echt wel uit.

Wat ik gisteren las, heeft mij dan ook zodanig aan het denken gezet.

Voor zij die het boek wensen te lezen, probeer ik, als je deze blogpost dan toch verder leest, niet teveel te onthullen.

Het boek gaat hem over het ontstaan van het leven. Op onze aarde. En hoe dit tot stand gekomen zou zijn. Door een God? Door evolutie?

Dan Brown zegt zelf dat hij op weg is om atheïst te zijn, maar dat het evenwel niet gemakkelijk is om dat dan ook te zijn. Het is door het vele opzoekingswerk voor dit boek dat hij denkt dat het mogelijks is dat de wetten van de fysica tot het leven konden leiden. (Lees meer.)

Maar het boek gaat er ook over naar wat of wie wij als mens op weg zijn. En dan probeer ik mij dat voor te stellen. Zelf geloof ik in de evolutietheorie. Meer zelfs. Ik geloof ook dat de mens, zoals we die nu kennen, niet het eindpunt in die evolutie is.

En dit is wat nu net zo klaar en duidelijk beschreven wordt in dit boek. Het raakt mij. Dat wat ik denk en voel op papier zien staan. Ubercool.

Al bij al ben ik nu niet zo benieuwd naar de moordenaar waarover dit boek toch ook gaat. Want ja, het gaat over een moord.

 

 

 

 

Proper

Vuiligheid. Overal gegooid. Overal uitgesmeerd. Vuiligheid. Slordig zijn, alles laten slingeren, niet opruimen. Vuil. Vuiligheid. We kunnen er allemaal niet goed tegen toch? En toch bezondigen we er ons wel eens of meermaals aan. Blikjes en petflessen worden zomaar op straat en in bermen gegooid, massa zwerfvuil ontsiert de landschappen.  Voor velen is het al lastig om na de grote boodschap eens achterom te kijken opdat de volgende bezoeker geen resten zou aantreffen van zijn of haar voorgangers beurt.

Al eens gezien wat er na een festival achtergelaten wordt? Of wat er allemaal op het strand te vinden is nadat alle toeristen vertrokken zijn?

Ziet dat af! Moh zeg, wat voor een vuilaards. Jongens toch.

En dan gisteren, dinsdag 3 Juli, daags na de wedstrijd België – Japan op het WK18:

Heb je het gezien? Proper hé zeg. Amai zeg, zo sjiek. Jawadde ze. Hallo zeg. Zo wijs. Zo zot. Maar, dat die dat zomaar doen.

Inderdaad, de Jappen kuisten, na de wedstrijd tegen België hun zitplaatsen in het stadion op. Wat ze meebrachten ging ook terug mee naar huis. Een deel van de Westerse supporters zouden al liever eens een stoeltje afbreken en op het terrein gooien. Om nog maar niet te spreken van papierproppen of bierbekertjes. Ook de kleedkamer was grondig gekuist. Spic en span zoals de Westerling wel eens pleegt te zeggen. Ze hebben in Japan zelfs geen kuisvrouwen nodig op school. Huh?

Dat de Japanner zo proper is, is te danken aan hun 5S methodiek. Daarvoor is er evenwel discipline nodig. En is dat niet iets wat velen onder ons mankeren.

De 5 S-en zijn:

  • Sorteren
  • Schikken
  • Schoonmaken
  • Standaardiseren
  • Standhouden/systematiseren

Genoeg webruimte vuil gemaakt, veel meer  info op wikipedia. (onder andere over een rode kaart geven aan voorwerpen.)

Live beelden

Wanneer ik naar de voetbal zit te kijken op televisie vind ik dat de commentator het ‘spel’ soms kan lezen. Die zegt dan bijvoorbeeld ‘mooie dieptepass van De Bruyne op Mertens’ terwijl die pass eigenlijk nog maar net- of zelfs nog net niet-  vertrokken is. Dat potverdorie, denk ik dan, is toch wel straf dat die mannen – ja het zijn altijd mannen die voetbal becommentariëren – dat kunnen.

Maar die commentator zit er live bij. Die is dus aanwezig op dat plein. Terwijl wij toch op televisie zitten kijken. En eer die beelden uit pakweg Rusland tot bij ons geraken.. Ja dat kan wel even duren natuurlijk.

Ha! Je lacht met dit bovenstaande; Maar toch is het zo. Lees het onderstaande artikel uit het Nieuwsblad maar eens.

Zaterdag kijken we met zijn allen weer massaal naar de match van de Rode Duivels. Maar wanneer – of liever: als – er gescoord wordt tegen Tunesië, zal niet iedereen dat doelpunt op hetzelfde moment zien. U hebt het vast al eens gemerkt: in het café naast het uwe of bij de buren wordt al luid gejuicht, terwijl op uw scherm de aanval nog volop bezig is of de hoekschop nog genomen moet worden. Hoe komt dat?

Het café op de hoek waar de treffer nét een seconde eerder valt. Of de buurman die met de ramen open naar dezelfde voetbalwedstrijd kijkt, een paar seconden voor jou de goal te zien krijgt en het moment volledig verpest. Het is een vervelend, maar bekend fenomeen. Hoe komt het dat we vandaag, in een wereld die meer dan ooit verbonden is, niet allemaal alles op exact hetzelfde moment zien bij live uitzendingen?

Om maar meteen een illusie stuk te slaan: live beelden bestaan niet. Enkel de 1.000 Belgische supporters in Sotchi zagen de goals van Mertens en Lukaku werkelijk live. Om de beelden tot bij kijkers in de rest van de wereld te krijgen, is een reeks bewerkingen nodig.

Ten eerste: het vraagt tijd om de beelden, vastgelegd in Rusland, te verspreiden naar de wereldwijde tv-kanalen die de rechten hebben. Het versturen van de beeldenstroom via satelliet of kabel neemt weliswaar slechts een seconde in beslag. En tot zover wordt iedereen gelijk behandeld, want de beelden komen in Vlaanderen allemaal terecht bij de VRT en RTBF.

Waarom u de goals van de Belgen tegen Tunesië later te zien zal krijgen dan uw buurman
Foto: BELGA

“Het grootste verschil heeft te maken met de technologieën die de verschillende telecomoperatoren gebruiken en de behandelingen die de beelden moeten ondergaan vooraleer ze op een televisiescherm vertoond kunnen worden”, legt Jan Margot van Proximus uit. Afhankelijk van de operator moet het signaal door meer of minder ‘knooppunten’. Hoe talrijker en ingewikkelder die knooppunten, hoe meer vertraging de beelden oplopen. “Een signaal dat via de kabel loopt, komt in principe op hetzelfde moment bij iedereen aan. Tenminste, met gelijkwaardig materiaal”, zegt Telenet-woordvoerster Isabelle Geeraerts. Maar dat brengt ons bij het volgende punt.

Decoderen

Een sleutelrol is namelijk weggelegd voor de decoder bij de klanten. Daarvoor is de regel simpel: hoe meer bewerkingen een signaal ondergaan heeft, hoe langer het duurt om het te decoreren. Gelukkig bevatten decoders tegenwoordig erg krachtige processoren, die de signalen in sneltempo kunnen omzetten naar beelden.

Maar de leeftijd van de decoder heeft wel degelijk een invloed op de snelheid van de beelden. ”Sommige oudere modellen doen er langer over om het videosignaal te decoderen, voordat de beelden in live kwaliteit op het scherm kunnen verschijnen”, klinkt het bij Geeraerts. “En wie online of via de app kijkt, ziet de goals nóg wat later dan ze in werkelijkheid vallen. Dat verschil kan gemakkelijk oplopen tot een tiental seconden. Dat heeft te maken met de kwaliteit van de verbinding en of je al dan niet beweegt. Wanneer je bijvoorbeeld op de trein zit, zal het trager gaan.”

Vroeger was het beter

Vroeger, ten tijde van de analoge televisie, was het beter. Tenminste, wat gelijktijdigheid betreft. Iedereen zag dezelfde beelden tegelijk, omdat het signaal verzonden werd zonder verdere behandeling. Dat veranderde met de komst van digitale televisie, waardoor de beelden verschillende behandelingen moeten ondergaan. Maar dat zorgt er dan wel weer voor dat de kwaliteit beter is en dat je kan pauzeren of terugspoelen.

Helaas lijkt er dus weinig gedaan te kunnen worden aan spoilers door het gejuich van de buurman. Tenzij misschien gezellig samen met de buren naar de wedstrijd kijken.

Duivelse kerstmannen

Natuurlijk ben ik supporter van de Rode Duivels. En natuurlijk vind ik alle initiatieven om ons volk samen te brengen om voor de Rode Duivels te supporteren een leuke zaak.  En natuurlijk weet ik dat er een groot aantal mensen niet van het voetbal moeten hebben, maar dat ook zij toch stilletjes op een goed resultaat van ons Nationaal voetbalteam hopen. En natuurlijk weet ik dat het niet eerlijk is dat een voetballer al slapend rijk wordt en dat een topzwemmer nauwelijks een cent verdient terwijl die er veel meer moet voor doen.

Het voetbal is dan ook de meest belangrijke bijzaak ter Wereld. Panem et circenses.

En ik vind het schitterend dat huizen en straten Zwart Geel Rood kleuren. Dat de collega’s op het werk, de medependelaar op de trein, de (window)shopper, de voetganger en fietser, de analfabeet en de geleerde, de lichte en donker gekleurde, de korte en langharige, de hond en de kat – getooid zijn in Zwart geel rood. Hoewel, dat van de hond en de kat meen ik niet.

Maar wat ik afschuwelijk vind zijn kerstmannen tijdens de kerstdagen. Kerstmannen die aan een loden pijp het dak proberen op te kruipen. Kerstmannen die aan het bordes hangen of die geluk hadden om nog een vensterbank te kunnen grijpen.

Waarom ik nu ineens over kerstmannen begin hoor ik je denken. Om de link te leggen naar de gesponsorde vlaggen. Onze Nationale driekleur dient niet bedrukt te zijn met een biermerk. Ook niet met een hoofd van de gladiatoren die deel uit maken van het team. Ik vind het minstens even ‘not done’ als de eerder aangehaalde kerstmannen.

Op café kan het. Maar niet verder. Ik vind zo een vlag aan een huis echt wel marginaal. Geen sorry.

Elk gezin in België zou op eenvoudig verzoek een Belgische vlag moeten krijgen en zou daarvoor geen bakken bier moeten aankopen. Volgens de wet zijn zo een vlaggen zelfs reclame, dus dient er betaald voor te worden door de persoon die ze aan zijn huis hangt. ‘t Stond in de gazet.

Weet je waar ik wel tegen kan? Tegen die spiegelhoesjes. Niet dat ik het zelf doe. Maar ik vind het OK. Net als een sjaal op de hoedenplank.

 

Grote vakantie

Het is bijna zover, de grote vakantie voor de schoolgaande jeugd komt eraan. En ook dit jaar begint die een week eerder dan we gewoon zijn – of hoe het zou moeten volgens de regelmenten die in onze westerse samenleving van toepassing zijn.

Dus die grote vakantie begint niet op 1 Juli dus (zoals het was toen ik nog naar school mocht gaan) maar wel op 25/06/18. Of nog beter; op Vrijdag 22/06/18 om 11u45.

Let op: de studenten dienen wel nog heel even naar school te gaan op vrijdag 29/06/18 om een gesprek te hebben met de klastitularis. Een kwartiertje tussen 08.30 en 11.45. En de ouders kunnen dan in de namiddag datzelfde gesprek aangaan met de klastitularis. Wat is het nut van deze laatste gesprekken? Als er nu nog iets zou opborrelen dan is dat toch een teken dat er gedurende het jaar iets over het hoofd gezien werd?

Begin dus maar terug als gezin waarin beiden werken. Zelf dien ik al een groot deel van de maand Augustus thuis te blijven want een opvang voor de grote kinderen is er natuurlijk niet. En dat hoeft natuurlijk niet. Toch maar eens kijken voor een zomerkamp wat dan ook weer – want het is de tijd van het jaar meneer – behoorlijk veel geld kost. Of hopen dat de aannemer snel de nieuwe woning kan komen uitzetten. Dan kunnen de grote kinderen misschien de sleuven graven waar de beton in gegoten zal worden.

Let op2: Stel dat je het op het werk kan regelen dat je dan de laatste week van Juni op verlof kan gaan – want dat is veel goedkoper in die tijd van het jaar meneer – dan MAG dat niet hé. DOE dat niet!