Latijn

Gisteren was er oudercontact voor de oudste zoon. Hij zit nu in het zesde studiejaar en dient dus volgend jaar over te stappen naar het middelbaar. Om redelijk goede resultaten te halen dient hij op dit moment niet zoveel te doen. Op zijn rapport stond dan ook al eens iets in de aard van ‘Rune, je mag gerust ook thuis iets doen voor school, je moet niet alles zomaar meenemen van uit de klas’. Hij had ons met nieuwjaar, als goed voornemen, nochtans beloofd om dan toch thuis een beetje te studeren, maar iedereen weet wel hoe het meestal met goede voornemens gaat.  Dus enigszins met de vingers in de neus zal hij dit jaar  een redelijk goed resultaat behalen. Is het de gemakzucht die parten speelt? Hij kreeg immers al meer studiemateriaal aangereikt maar daar fietst hij dan ook vlot door.

Spannend dus de overstap naar het middelbaar. We, inclusief de leraar, hebben al meermaals gezegd dat het nu de moment is (of al bijna was) om een goede werkhouding aan te leren.

We zijn er gekomen, aan het middelbaar. Rune zijn keuze viel op de Latijnse. Ook de leraar bevestigde gisteren dat hij dat zeker zal aankunnen mits… de juiste inzet.

Ik heb hem alvast uitgedaagd. Ik ga samen met hem Latijn studeren.  Dus wat hij op school krijgt dat zal ik ook studeren.

Het is een taal, naast het Zweeds en dood of niet, waar ik ook al langer geïnteresseerd in ben. Zeker de leerstof vanaf het derde zal mij boeien. Echte verhalen en al.

Toen ik hem dit gisteren vertelde dat ik ook Latijn zou studeren kwam hij al onmiddellijk af met wat Latijnse woorden die hij reeds meekreeg toen ze met de klas een bezoek brachten aan de hogere school. Volgens mij gaat de studierichting hem echt wel liggen en mag ik mij aan een grote inzet verwachten. Hij zal dan immers samen zitten met allemaal studenten die er normaliter voor gaan.

Laat het de start zijn van een boeiende studieperiode.

 

De Franse taal

Zowel zoon (6de studiejaar) als dochter (1ste middelbaar) krijgen uiteraard Frans op school. Want wij Vlamingen moeten dat uiteraard kennen. Maar ik ben voor hoor, talenkennis is in de huidige maatschappij (en ook in de vorige maatschappij) zeer belangrijk.

Waar ik toe wil komen is dat ik de kinderen ondervraag alvorens ze een toets hebben. Ik gebruik bijna dagdagelijks Frans op het werk maar dankzij deze ondervragingen fris ik het nog een beetje op. Ik kan dus zeer zeker mijn streng trekken maar toch merk ik dat ik af en toe flagrante fouten tegen de grammatica regels maak als ik de kinderen dan opvraag.

Neem nu verleden week donderdag, zoon had een toets frans op vrijdag en ik ondervroeg hem.

De toets ging over het gebruik van ‘de, du, de la, d’ ‘

Zo spreekt men bvb over Je veux de l’eau en over Je veux un peu d’eau (en niet je veux un peu de l’eau); Want indien het lijdend voorwerp voorafgegaan wordt door een hoeveelheid dan vervalt de ‘le/la’. Dit geldt ook indien de zin een ontkenning is (Je ne veux pas d’eau).

Interessant, studerende kinderen. Op naar den unief.